Robots pikken minder banen in dan gedacht, en al helemaal in Nederland

Robots pikken minder banen in dan gedacht, en al helemaal in Nederland

6000 4000 PE-café

Waarom de robotisering mee gaat vallen

Robots zijn een veel minder grote bedreiging voor onze banen dan gedacht. En Nederland behoort tot de acht meest robotbestendige landen van de geïndustrialiseerde wereld, blijkt uit een nieuwe studie van de Oeso.

Waarom valt de Oeso-voorspelling zo veel gunstiger uit?

Omdat banen uit een veelvoud aan taken bestaan die niet even makkelijk te automatiseren zijn. In de ogen van de Oeso onderschatten Frey en Osborne deze verschillen en komen ze daardoor op een te pessimistische voorspelling uit. Dankzij de algoritmes van Funda is het bijvoorbeeld makkelijker dan ooit om een koophuis te vinden. Maar een algoritme kan je droomhuis niet aan een bouwkundige keuring onderwerpen, of beoordelen of je toekomstige buren een beetje aardig zijn. Bovendien kan een baan per locatie verschillen. Een mecanicien langs de lopende band van een autofabriek is misschien makkelijk te automatiseren. Maar een mecanicien in een garage niet: een robot maakt geen praatje met de klant, en is bovendien veel te duur voor de gemiddelde garage.

Carl Frey, de Oxford-onderzoeker achter de geruchtmakende 47 procent, is niet overtuigd van het Oeso-argument. ‘Landarbeiders verrichten rond 1900 ook allerlei net iets andere taken, afhankelijk van de bodem, het klimaat en de gewoonten in hun land. Maar toen de tractor zijn intrede deed, werden hun banen toch allemaal weggevaagd. Het kan wel zijn dat de taken van kantoorklerken bij bedrijf A net iets anders zijn dan die van hun equivalenten bij bedrijf B. Maar als bedrijf A enorme productiviteitswinst boekt door hun kantoorklerken weg te automatiseren, zal bedrijf B niet schromen de taken zo te veranderen dat ook zij hun kantoorklerken kunnen vervangen.’

Welke banen zullen vooral verdwijnen?

Vooral relatief laagopgeleide beroepen, zoals hamburgerflippers, schoonmakers, bouwvakkers, vuilnismannen, boeren en fabrieksarbeiders. Het robotbestendigst daarentegen zijn leraren. Ook zorgverleners, managers en politici hoeven zich volgens de Oeso-studie weinig zorgen te maken.

Opvallend is dat de studie afwijkt van de laatste jaren veelgehoorde voorspelling over de uitholling van de middenklasse. Vooral typische middenklasse-banen zoals bankbedienden, secretaresses en fabriekslassers zouden gevaar lopen. Wat restte, waren de mooie, hoogbetaalde banen en de miserabele, laagbetaalde banen. De Oeso-studie komt tot een andere voorspelling: hoe meer scholing en vaardigheid een baan vereist, des te lager is de kans dat robots er mee aan de haal gaan. Vooral laagopgeleiden lopen dus risico.

Hoe groot is de kans dat de Oeso-voorspellingen uitkomen?

De studie gaat alleen over technologisch mogelijkheden, niet over maatschappelijke wenselijkheid

Niet groot, zeggen de Oeso-onderzoekers zelf, in zoveel woorden. Hun belangrijkste slag om de arm is dat technologie waarschijnlijk ook veel nieuwe banen zal creëren. Zo is het althans de voorbij twee eeuwen steeds gegaan.

Bovendien gaat de studie alleen over wat technologisch mogelijk is, niet over wat men maatschappelijk wenselijk acht. Zo zal het over een aantal jaar wellicht technologisch mogelijk zijn om alle 76 duizend Nederlandse vrachtwagenchauffeurs te vervangen door zelfrijdende trucks. Maar als de bevolking de sociale gevolgen hiervan te ingrijpend vindt, kan de politiek er in theorie een stokje voor steken.

Daar staat tegenover dat technologie met sprongen vooruitgaat. Nu is het nog zo dat kunstmatige intelligentie ver achterblijft bij de sociale vaardigheden, creativiteit en oog-hand coördinatie van de mens. Het tussen duim en wijsvinger vastgrijpen van een rozijntje is voor een peuter een peulenschil, maar voor de meest vingervlugge robot bijkans een Olympisch onderdeel. Maar robots en hun programmeurs leren razendsnel bij.

bron: volkskrant.nl